Psychosociale problemenDepressieve klachtenAngstBehandelcentra

 


Psychosociale problemen
Het hebben van diabetes is niet altijd makkelijk. Niet voor het kind, maar ook niet voor de ouders en/of broertjes of zusjes. Over het algemeen lijken psychische problemen wat vaker bij kinderen met diabetes voor te komen dan bij leeftijdsgenootjes zonder een chronische ziekte. Met name de eerste maanden na diagnose is een kwetsbare tijd. Soms kan de belasting van (de zorg voor) de diabetes zo groot zijn, dat er psychologische problemen ontstaan. Aan de andere kant kan het ook zo zijn dat psychologische problemen de zorg voor de diabetes moeilijker maken. In beide gevallen kan hulp nodig zijn. De psycholoog binnen het diabetesteam kan het beste samen met het kind en de ouders kijken wat hier nodig is.

Op de site www.mijntienerheeftdiabetes.nl vind je informatie, tips, praktische oefeningen en verhalen van andere ouders over (de zorg voor) uw tiener met diabetes.

Lees hier wat ouders en kinderen mogen verwachten van het diabetesteam op het gebied van psychosociale zorg.


Depressieve klachten
Ongeveer 1 op de 5 tieners met diabetes heeft te maken met depressieve klachten. Belangrijke signalen zijn: somberheid, weinig energie, geen interesse meer hebben in dingen en in activiteiten die eerst wel leuk waren. Ook ouders kunnen depressieve klachten krijgen, met name rond de diagnose van hun kind. Als het kind na verloop van tijd het gevoel heeft niet goed uit de stress van de eerste fase te komen, is het raadzaam dit te bespreken met het diabetesteam. Het is zelfs mogelijk een post traumatische stoornis (PTTS) te hebben als ouder. Hiervoor is een goede behandeling mogelijk.


Angst
Prik- en spuitangst
Angst voor naalden in het algemeen en voor prikken en spuiten in het bijzonder komt bij iedere leeftijd voor. Spuit- en prikangst hoeven niet samen te gaan. Kinderen kunnen bijvoorbeeld heel bang zijn om te prikken maar zichzelf zonder problemen inspuiten. Het verschil kan te maken hebben met een specifieke fobie voor bloed of, in het geval van diabetes, met het eventuele hoge cijfer dat op de glucosemeter gaat verschijnen, de angst om te falen. Het hebben van spuitplaatsen of het vergeten van injecties kan een aanwijzing zijn voor spuitangst. De psycholoog binnen het diabetesteam kan bijvoorbeeld gedragstherapie, hypnotherapie of EMDR inzetten om de prik- en spuitangst aan te pakken. Technische oplossingen kunnen een insuflon, I port of insujet zijn. Bespreek altijd met het diabetesteam welke keuze voor jou het beste is.

Meer informatie vind je op webpagina Diabetes met prikangst of spuitangst van Leef.


Hypo-angst

Zowel bij kinderen als hun ouders komt angst voor hypo’s voor. Jonge kinderen kunnen hypo-signalen zelf nog niet onderkennen en kenbaar maken en hierdoor luistert de insuline dosis heel nauw. Hypo-angst bij tieners kan er voor zorgen dat ze soms minder spuiten/bolussen om hypo’s te voorkomen.


Eetproblemen

Eten, diabetes en gewicht is een delicate balans. Wanneer (pre)tieners ontevreden zijn met hun uiterlijk kunnen problemen ontstaan rond het eten en het overslaan/minder toedienen van insuline dan nodig. Cijfers over hoe vaak dit voorkomt lopen uit een van 10 tot 40% van de tieners. Het is belangrijk alert te zijn. Signalen kunnen zijn: het overslaan van insuline injecties/bolussen, eetbuien, ontevreden met lichaam en gewicht, het overslaan van maaltijden, een hoog HbA1c en het jojo-en in gewicht .

Eetstoornissen komen relatief weinig voor (bij ongeveer 2% van de tieners), maar wanneer deze wordt gediagnosticeerd, kan hulp in een gespecialiseerde eetkliniek aan de orde zijn. Belangrijk is dat eetstoornissen zoals anorexia en boulemia zich anders voor kunnen doen bij kinderen met diabetes dan bij kinderen zonder diabetes. Bij Anorexia wordt bijv. niet gespuugd of gelaxeerd maar minder gespoten zodat de gegeten koolhydraten uitgeplast worden. Bij boulimia wordt er ook vaak niet gespoten voor een eetbui zodat hetzelfde gebeurd.


Gedragsproblemen

Er is onvoldoende bewijs voor een direct verband tussen diabetes en bijvoorbeeld ADHD of PDD-NOS, maar het hebben van gedragsproblemen vraagt wel om extra aandacht voor de diabetes zelfzorg. Belangrijk bij PDD-NOS is dat er oog is voor goed afspraken en niet te veel verandering in beleid. Het diabetesteam kan ouders en kinderen hierbij helpen. Bij kinderen onder de 6 kunnen wisselende bloedsuiker waardes of een slechte instelling gedragsproblematiek geven zoals hyperreactiviteit of juist depressiviteit. Bekend is dat lage waarden (hypo’s) kinderen emotioneel of agressief kunnen maken en hoge waarden humeurig en recalcitrant.


Behandelcentra
De centra Heideheuvel - Klinische diabetesrevalidatie en Adelante - met het behandelprogramma DiaCare4U - zijn gespecialiseerd in de behandeling van kinderen/jongeren die veel moeite hebben om met hun diabetes om te gaan.